Centrale Verwarming

Verwarmingswerken uitvoeren?
Vraag hier online offertes aan.

Wetgeving stookplaats

De wetgeving van stookplaatsen en schoorstenen wordt behandeld in de norm NBN B61-001. Deze norm is gezaghebbend voor architecten en voor installateurs van verwarmingsinstallaties. Hij is van toepassing voor verwarmingsinstallaties met een totaal nuttig warmtevermogen van tenminste 70 kW. Al bij het opstellen van het voorontwerp moet met deze voorschriften rekening worden gehouden.

 

Afmetingen stookplaats

Afmetingen stookplaatsDe afmetingen van stookplaatsen moeten zo worden gekozen dat de verwarmingsketels of verwarmingsgeneratoren in gunstige voorwaarden kunnen worden opgesteld en dat er langs alle zijden voldoende ruimte overblijft om de installatie vlot te kunnen onderhouden en mogelijke herstellingen uit te voeren. Rond de toestellen dient de nodige vrije ruimte te voorzien voor het verwijderen en opnieuw aanbrengen van de ommanteling, het kunnen uittrekken van de losgeschroefde brander, de toegang tot toezichtluiken mogelijk te maken enz. Verder moet de stookplaats ruim genoeg zijn, zodat alle kraanwerk, regel- en beveiligingsapparatuur, enz. gemakkelijk toegankelijk en bedienbaar zijn. Alle meetapparatuur moet vlot afleesbaar zijn.

De vrije hoogte van de stookplaats, gemeten tussen de vloer en de onderkant van het plafond (of de plafondliggers) moet tenminste 2,50 m zijn. Alle binnenwanden die de stookplaats van de binnenkant van het gebouw scheiden, moeten een brandwerendheid Rf 2h hebben; de deuren Rf 1h. De toegangsdeuren van de stookplaats moeten opendraaien in de zin van de ontruiming (naar buiten toe) en zelfsluitend zijn.

 

Verluchten stookplaats

Het verstoken van brandstof vergt grote hoeveelheden verse lucht: voor de verbranding van één liter stookolie heeft men ca. 12,5 m³ verse lucht nodig en van gas gemiddeld 1 m³ lucht per 1650 W. De stookplaatsverluchting is dus heel erg belangrijk. Deze verluchting is niet alleen noodzakelijk voor de verbranding, maar ook voor de afvoer van bedorven lucht.

Onvoldoende aanvoer van verse verbrandingslucht leidt onvermijdelijk tot pech bij de werking van de brander, omdat de verbranding onvolledig is. Door een tekort aan verbrandingslucht wordt de ruimte van de stookplaats in onderdruk gezogen. Hierdoor kunnen hinderlijke geluiden ontstaan zoals het klepperen van de binnendeur.

 

Natuurlijke verluchting

Natuurlijke luchtverversing, zonder mechanische hulpmiddelen, is uiteraard prioritair. De verluchtingsopeningen in de stookplaats kunnen ofwel rechtstreeks, hetzij via kanalen, in verbinding staan met de buitenlucht. Kanalen moeten echter worden geconstrueerd met onbrandbare materialen. De situering van de verluchtingsopeningen moet zo worden gekozen dat de stookruimte dwars geventileerd wordt, in het bijzonder boven de stookketel(s). De verluchtingsopeningen mogen helemaal niet afsluitbaar zijn: ze mogen niet voorzien zijn van een handbediende of een automatische klep zodat de stookplaats ten alle tijde voorzien is van verse lucht. Uiteraard is het wel toegelaten en zelfs aan te bevelen beschermingsroosters aan te brengen, voorzien van een insectengaas.

wetgeving stookplaats

Bij de keuze van de roosters moet erop attent worden gelet dat de vrije of nuttige doorlaatopening van de roosters voldoende groot is. Verder moeten de verluchtingsopeningen, de eventuele kanalen en de roosters gemakkelijk te reinigen zijn. Gevelroosters moeten zodanig worden geplaatst dat verstopping door sneeuw, dorre bladeren en dergelijke onmogelijk is.

De gehele ventilatie van de stookplaats is wettelijk bepaald en omvat een ‘benedenverluchting’ voor de aanvoer van verse lucht, noodzakelijk voor de verbranding, en een ‘bovenverluchting’, noodzakelijk voor de afvoer van verontreinigde lucht.